Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
 

De grootste drempel voor virtuele assistenten zoals Alexa

Karen Gijsbrechts

 
Fabrikanten pakken massaal uit met virtuele assistenten op basis van spraakherkenning, maar slagen er voorlopig niet in om de technologie echt populair te maken. Daar is een goede reden voor.

 

Bedrijven als Amazon, Apple, Google, Microsoft en anderen zetten sterk in om virtuele assistenten te pushen naar gebruikers, onder andere met apparaten als Amazon Echo en Google Home, maar ook door de ingebouwde, mobiele assistenten als Siri. Aan de assistenten kunnen gebruikers de meest uiteenlopende dingen vragen – toegegeven, met wisselende resultaten – en wordt het bijvoorbeeld mogelijk om koffie te bestellen met Alexa, een verloren mail op te sporen met Siri of je kalender te vullen met Cortana. Tot nu toe lijken de assistenten succes te hebben, hoewel er één barrière de technologie in de weg blijft staan.

Cortana meest onbekend

Een bevraging van onderzoeksbureau Creative Studios voelde bijna tweeduizend Amerikaanse en Britse gebruikers aan de tand over hun gebruik van virtuele assistenten zoals Amazons Alexa en diverse mobiele assistenten. Op het gebied van de smartphone heeft de technologie ten eerste nog heel wat territorium te winnen om de massa te kunnen bereiken. Zo’n 21 procent had nog nooit Siri gebruikt, 34 procent zei hetzelfde voor OK Google en Microsofts technologie scoorde het slechtst: maar liefst 72 procent zei nog nooit kennis te hebben gemaakt met Cortana. De meeste respondenten die wel vertrouwden op mobiele assistenten, zeiden dat bovendien slechts zelden te doen.

Niet en plein public

Waar dat ze dat doen, is nog frappanter. Virtuele assistenten worden niet thuis, maar in de auto het meest bovengehaald. Iets meer dan de helft zei dat ze gebruikmaakte van de stem-assistenten in de wagen, terwijl slechts 39 procent van consumenten dat ook thuis doen. Op de werkvloer en in het openbaar werd de technologie het minst aangewend, met slechts 1,3 en 6 procent respectievelijk.

Wanneer gevraagd werd waarom, zeiden de respondenten dat ze het oncomfortabel vinden om en plein public te praten tegen hun smartphone.  “Het is fascinerend dat dit gebeurt in de VS, waar consumenten het gewend zijn om luide telefoongesprekken te houden in het openbaar,” schrijft hoofdanalist Carolina Milanesi. Helemaal verwonderlijk is dat niet. In tegenstelling tot een telefoongesprek, is het praten tegen een toestel nog niet sociaal aanvaard: mensen zijn bang om raar aangestaard te worden of om op te vallen.

Culturele verschillen

Het zal dus nog even duren voor je collega’s op kantoor ziet babbelen met Alexa: voorlopig wordt de technologie verbannen naar de privacy van je eigen huis of auto. Of mensen zullen wennen aan het idee om tegen een toestel te praten in het openbaar, is deels ook afhankelijk van culturele gebruiken, meent Melanesi. Dat werd al merkbaar in het gebruik van applicaties waarbij gesprekken worden gevoerd door boodschappen in te spreken en door te sturen – de zogenoemde push-to-call-technologie – die bijvoorbeeld in de VS populair werd. “[Die technologie] is nooit populair geworden in Europa, vooral omdat consumenten het niet sociaal acceptabel vonden dat hun gesprek gehoord kon worden door omstaanders. In Azië bedekken meeste mensen nog steeds hun mond wanneer ze praten aan de telefoon.”

 

Totdat we gewoon worden om met machines te keuvelen, zullen de virtuele assistenten met andere woorden weinig invloed hebben op het straatbeeld of de gemiddelde werkomgeving: het blijft voorlopig letterlijk bij huis-tuin-en-keuken-technologie.

 

Markt spraakherkenning floreert dankzij virtuele assistenten

 

Reacties

comments powered by Disqus
 

RECENT NIEUWS